De aardbeienteelt is geen moeilijke teelt, maar er zijn wel een aantal regels waaraan men zich moet houden om elk jaar toch weer een smaakvolle oogst te hebben.

De aardbeienplant is een vaste plant en is winterhard. In de lente worden er steeltjes gevormd met daaraan bloemtrossen die uitgroeien tot aardbeien. Na de bloei en vruchtvorming maakt de plant uitlopers. Deze uitlopers maken stekken die zich aan de grond hechten en een nieuwe aardbeienplant vormt.
Oorsprong
Aardbeien behoren tot de familie van de Rosaceae, het geslacht Fragaria en de soort X Ananassa. Deze soortnaam wijst er dus op dat de zomeraardbei eigenlijk een kruising is tussen twee wilde aardbeirassen. De eerste wilde soort, Fragaria virginiana, werd in de 17de eeuw ingevoerd in Noord-Amerika. Later werd vanuit Chili de grootvruchtige Fragaria chiloensis naar Europa overgebracht. Door kruizing van Fragaria virginiana met Fragaria chiloensis ontstond een belangrijke stamhouder, namelijk Fragaria X Ananassa. Door deze aardbei opnieuw te kruisen met de ons bekende bosaardbei zijn er later dan ook de doordragende rassen ontstaan.
Rassen
Van al de rassen is het meest geteelde ras door de beroepstuiner het ras Elsanta. Het is en blijft een ras dat grote aardbeien levert en een hoge productie. Indien je ervoor zorgt dat de aarbeien voldoende kunnen rijpen aan de plant en voldoende zon krijgen, zijn ze zeker ook smakelijk.

Enig nadeel van dit ras is de grote gevoeligheid voor wortelziekten. Wanneer er rekening gehouden wordt met vruchtwisseling, één keer in de vijf à zes jaar terugkeren op hetzelfde perceel, dan zijn deze problemen minimaal.

Er zijn twee hoofdsoorten te onderscheiden: eenmaaldragende rassen en doordragende rassen. Eenmaaldragende rassen hebben het voordeel dat ze rond juni en juli één grote opbrengst van grote aardbeien produceren. Doordragers geven in de periode van juni tot september een kleinere opbrengst en vaak ook iets kleinere aardbeien, maar dan kun je wel maandenlang plukken.
Bodem
Aardbeienplanten groeien goed op een goed ontwaterde, lichtzure grond (pH van 5,5 tot 6,5). Bekalking vooraf aan de teelt is dan ook meestal niet nodig. De grond moet voldoende vocht bevatten. In de zomer heeft de aardbei veel vocht nodig om blad, bloemen, vruchten en uitlopers te maken. Daarnaast moet de grond voldoende humus bevatten, genoeg voeding kunnen vasthouden.

Het is verstandig om de grond rondom de aardbeien te bedekken met houtsnippers of stro. Het grote voordeel hiervan is dat de grond redelijk onkruidvrij blijft en dat de bodem koel en vochtig blijft. Daarnaast blijven de aardbeien schoon, ook bij regen, anders kunnen de aardbeien snel rotten.

Aardbeien kunnen in de winter geen stilstaand water rond de wortels verdragen, daarom is het verstandig om op licht verhoogde bedden (20 centimeter) te kweken. De wortels kunnen op deze manier rotten en afsterven.
Bemesting
Voor de teelt of in het najaar voegen we organische bemesting zoals stalmest of compost toe. Hiervoor gebruiken we 10 kilo stalmest per vierkante meter, of 4 kilo compost per vierkante meter.

1 maand voor het planten kunnen we een samengestelde meststof voor groenten toepassen. Aardbeien zijn heel zoutgevoelig, een te laat uitgevoerde bemesting zal dan ook wortelverbranding veroorzaken. 80 eenheden stikstof, 80 eenheden fosfor en 200 eenheden kalium.
Zaaien
Vanaf februari tot eind maart kan er gezaaid worden onder glas. Maak gebruik van een grondmengsel van zand en potgrond om in te zaaien. Bevochtig het voor het zaaien met een nevelspuit. Zaai de zaadjes met een ruimte van ongeveer 5 centimeter uit elkaar. Dek de zaadjes af met een heel dun laagje zand en bevochtig het opnieuw. Plaats het geheel op een warme plaats, eventueel afdekken met plastic folie zodat het vocht blijft.

Na 2 weken komen de eerste plantjes boven de grond. De plantjes kunnen na ongeveer 4 weken verspeend worden in potjes, wanneer ze al twee echte blaadjes hebben. Veel wortels hebben de plantjes nog niet, wanneer er een ruim gezaaid is kunnen de plantjes met een kluitje aarde verspeend worden.

Let erop dat de potjes niet te nat worden. Ze kunnen buiten gezet worden, maar wel beschut tegen de regen. Na 4 tot 6 weken zijn de plantjes groot genoeg om uit te planten.
Uitplanten
De meest gebruikte plantperiode is van eind juli tot half augustus. Bij voorkeur op een wat minder warme en droge dag, of in de avond.

Maak een ruim plantgat zodat de wortels van de aardbeienplant breed uitgelegd kunnen worden. Zorg ervoor dat de bovenkant van de potkluit gelijk komt met het grondoppervlak. Te ondiep geplante planten groeien slecht en zijn gevoelig voor verdrogen en vorst. Te diep geplant veroorzaakt rotting van het hard en een zwakke bloei. In de eerste twee weken is het belangrijk om regelmatig water te geven, tot duidelijk is dat de plant goed is aangeslagen.

Aardbeienplanten kunnen het beste in de volle grond geplant worden, 3 tot 4 planten per vierkante meter. Op dubbele rijen met een onderlinge afstand van 60 centimeter. De afstand in de rij is 30 centimeter. Een goede plantdatum ligt tussen 10 en 20 augustus. Het ras Gorella wordt het beste voor 15 augustus geplant. Het ras Elsanta kan tot 20 augustus uitgesteld worden. Hoe krachtiger het ras, hoe later er geplant kan worden.
Schimmels en ziekten
Wanneer tijdens de bloei veel regen valt is Botrytis of Vruchtrot een groot probleem bij aardbeien. De vruchtrot ontstaat tijdens de bloei, vandaar dat het ook tijdens de bloei moet worden behandeld. Spuit dus tijdens slechte weersomstandigheden tijdens de bloei één of twee maal met een Botrytismiddel.
Oogsten en Bewaren
Afhankelijk van het ras wordt er geoogst. Eenmaal dragende aardbeien worden in juni en juli geoogst. Doordragers kunnen regelmatig van juni tot september geoogst worden. Er kan het beste in de ochtend geplukt worden, bewaar ze los in een bakje en eet ze dezelfde dag nog op. Pluk voorzichtig, de vruchten beschadigen snel en zijn ook slecht of niet te bewaren. Verwijder rotte of aangevreten aardbeien, voordat ze andere aardbeien 'aansteken'.

Rassen die was steviger zijn, zijn een dag of twee te bewaren, maar zijn dan ook harder en dus minder smakelijk.