Witlof zaaien gebeurd van mei tot juli. Het verlangt een voedzame bodem. Rooien vanaf oktober. De wortels met loof enkele dagen laten liggen voordat men het loof 2 a 3 cm boven de wortel afsnijd. Daarna de pennen opzetten (inkuilen).
Kroppenteelt met dekgrond
Witlof kan het beste geteeld worden op een niet te natte grond met een goede structuur. Het beste is om de grond in het voorseizoen van kalk te voorzien. Er wordt een kuil gegraven van 25 centimeter diep en 50 centimeter breed. De bodem van deze kuil wordt losgemaakt met een spitvork. Door er verteerde compost door te mengen bevordert dit de vorming van de vezelworteltjes. Ook nu kan er nog kalk toegevoegd worden. Bij een hoge pH waarde ontwikkelen de witlofkroppen zich goed. De wortels worden zij aan zij tegen elkaar in de kuil gezet, met de bovenkant van de wortel op gelijke hoogte. Eventueel kunnen de wortels op ongeveer 18 centimeter lengte bijgesneden worden. De dunnere wortels kunnen het beste aan de zijkant gezet worden en de dikkere meer naar binnen. Dit om te vermijden dat de dikke kroppen de kleintjes verdringen. Strooi er dan een laagje fijngemaakte grond over en spoel dit met een gieter tussen de wortels. Er is voor de uitgroei van de kroppen veel vocht nodig, dus gebruik veel water. Hier bovenop komt 15 centimeter tuingrond en daarna een laag stro of turf. Het geheel wordt afgedekt met platen of plastiek. Afhankelijk van het weer en de plastiekafdekking kan vanaf het vroege voorjaar geoogst worden.
Kroppenteelt zonder dekgrond
Deze teeltwijze is eenvoudiger en minder arbeidsintensief, maar is alleen mogelijk met geschikte rassen. Op deze wijze kan er eenvoudig binnenshuis kleinere hoeveelheden witloof geoogst worden, zonder dat men afhankelijk is van het weer. De wortels worden in diepe bakken, kisten of potten gezet. Onderaan wordt een goede laag teelaarde of potgrond gelegd. Plaats daarna de bak schuin en zet de eerste rij wortelen erin. Bevochtig vooraf teelaarde of potgrond en druk deze tussen de wortels. Plaats dan een volgende rij, en zo ver totdat de bak vol is. Een plastiekbuis verticaal in de bak dient om eventueel wat water te geven. De bakken moeten in een volledig donkere ruimte worden geplaatst of van het licht worden afgeschermd. Plaats een kartonnen doos omgekeerd over de bak en leg er zwart plastiek op. Wanneer er direct op het loof wordt afgedekt met zwart plastiek geeft dit soms bruine randen. De bakken of potten worden een tijdje zo koel mogelijk bewaard, waarnaar ze verplaatst worden naar een ruimte met een temperatuur tussen de 12 en 20 graden. Bij een oogst voor het nieuwe jaar is het ideaal 17 graden, bij oogst naar het nieuwe jaar 15 graden en later nog koeler. Na één tot anderhalve maand kan er geoogst worden. De bakken die nog niet geoogst worden moeten zo koel mogelijk blijven staan.
Oogsten en bewaren
Bij de teelt in de grond moet tijdig gestart worden met het oogsten. Zo krijgt u een vrij lange oogstperiode. Wanneer u teelt in bakken kunt u de bak op een koelere plaats zetten als ze oogstklaar zijn. Witlofkroppen kunnen enkele weken in de koelkast bewaard worden.
Worteloogst en bewaring
Wanneer u start met het oogsten van de wortels kan ook de kroppenteelt gestart worden. De wortel moet goed afgerijpt zijn, anders geven ze kleine losse kroppen. Dit is de zien door een wortel overlangs door te snijden en de grootte van de inwendige holte ter hoogte van de wortelhals te beoordelen. Deze inwendige holte moet al goed zichtbaar zijn. De schouders rondom de wortelhals zijn dan ook niet meer vlak. Nadat de wortels met een riek zijn losgemaakt en met de hand opgetrokken kunnen ze nog een week netjes op rijen gelegd worden, met het loof aan de wortel. Liefst onder een afdak, maar op het veld kan ook, als ze maar beschut zijn tegen regen en vorst. Wanneer er eind oktober en november gerooid wordt, wordt het loof onmiddellijk afgesneden tot op ongeveer 2 centimeter boven de wortel. Een deel van deze wortels kan direct ingetafeld worden, en andere kunnen nadat de aarde opgedroogd is, op een koele en vorstvrije plaats bewaard worden. Om uitdroging te voorkomen kan de bovenkant licht afgedekt worden, maar zorg wel voor verluchting. De ideale bewaartemperatuur is 0 graden, maar die is moeilijk te bereiken.
Ziektes en Schimmels
Tijdens het bewaren zijn slijmrot (Sclerotinia sclerotiorum) en andere bewaringsschimmels het grootste probleem. De schimmelziekte wordt meegenomen uit de tuin en komt pas tevoorschijn bij het intafelen. Deze ziekte kan voorkomen worden door een goede vruchtafwisseling en een beheerste groei zonder bemesting op een niet al te humusrijke grond. Het is ook belangrijk dat er geen stilstaand water is bij de wortelteelt en bij de ingekuilde wortels. De schimmel veroorzaakt dode, bruine en zachte vlekken op de wortels die gemakkelijk overgaan op de omringende wortels. Wanneer de wortels in het licht worden gelegd, groeit er een witwollige sclerotiniapluis op. Tijdens het inzetten en op het veld kunnen er schimmelwerende maatregelen worden toegepast.