De teelt van spruiten is in ons koele en vochtige klimaat niet al te moeilijk. Spruiten kunnen in de winter goed buiten blijven staan, maar na strenge vorst is er wel enige schade.

De keuze voor een ras bepaald de oogstperiode. Om de oogst te kunnen spreiden moeten er dus verschillende rassen geplant worden.
Rassen
Er zijn twee variaties in het rassenassortiment van de spruitkool, de zaadvaste- en de hybriderassen. Hoofdzakelijk worden er alleen nog hybriderassen geteeld, omdat de zaadvaste rassen niet gelijktijdig afrijpen en de spruiten minder rond zijn. De plantlengte van spruitplanten varieert van 60 tot 120 centimeter hoog.
Bodem
Voor de spruitkool zijn de meest geschikte bodemsoorten zandleem- en lichte kleigronden met een goede structuur en waterhuishouding. Dit zorgt ervoor dat de groei ononderbroken is, op een te humusrijke grond groeit het gewas vaak weelderig en met losse spruiten.
Zaaien
Zaai de zaden van de spruitkool op een zaaibed of in potjes. Na 6 weken kunnen de zaailingen uitgeplant worden. Plant ze vrij diep tot aan het hart van de plant. Spruitkolen moeten in het begin traag groeien, houd de plantjes daarom ook zo koel mogelijk en geef ze niet teveel water en nog geen bemesting.

Het is belangrijk om te mulchen, schoffelen en het aanbrengen van koolkragen. In de zomer niet teveel water geven, alleen in de droge septembermaand is ruim water geven nodig om de spruitzetting te bevorderen. Losse en rottende spruiten moeten zo snel mogelijk weggeplukt worden. Ook het gele blad moet weggehaald worden. Om de bovenste spruiten sneller te laten groeien en de groei van de onderste spruiten te remmen moet de top uit de plant worden gehaald. Wel hebben getopte planten sneller last van vorst en valt de oogst later.
Bemesting
Net als alle andere koolsoorten verbruiken spruiten veel voedingsstoffen. Een grote hoeveelheid organische basisbemesting is belangrijk, wees echter voorzichtig met stikstof, teveel stikstof zorgt vor veel blad en losse spruiten. Bij een stikstofgebrek kleuren de spruiten paars, blijven de planten klein en is er ook een kleine opbrengst. Wanneer de groei in de zomer al minder goed is, dan kun je nog 40 gram NPK 12-10-18 per vierkante meter bijmesten. Op rijke tuingronden is het verstandig om een stevig en laagblijvend ras te telen.
Oogsten en bewaren
Wanneer de spruiten ongeveer 2 tot 3 centimeter groot zijn en nog gesloten zijn kunnen ze geplukt worden of afgesneden. Ook kan het jonge blad van de toppen gegeten worden. Gooi na de oogst de dikke stammen niet op de compost hoop, ze verteren amper. Wanneer u de spruiten wilt bewaren kunt u ze het beste aan de plant laten hangen, eenmaal geplukt zijn ze in de koelkast nog maar een week houdbaar.