Schorseneren komen oorsprong vanuit het Middellandse zeegebied. De verbouwing van deze groente is al vanaf de 16de eeuw bekend.
ssen om te bewaren.
Bemesten
De grond moet voor het zaaien tot minimaal 40 centimeter diep bewerkt worden en er mag daarna niet meer overheen gelopen worden. Ze eisen niet zoveel van de grond, behalve een zware kleigrond kan problemen opleveren. Houd rekening met een vruchtwisseling van 1 op de 4 jaar bij de wortelgewassen.

Voeg nooit verse stalmest of compost of halfverteerde mest toe, dit leidt tot minder goede wortelen.
Zaaien
Schorseneren worden vanaf half april tot half mei gezaaid. Zaai op iedere plaats 2 zaden en hanteer een tussenruimte van 12 centimeter. Zaai in rijen met een tussenruimte van 25 centimeter. Te vroeg zaaien leidt tot doorschieters. Het is belangrijk om regelmatig onkruid te verwijderen.

De bloemen van schorseneren zijn geel van kleur en hebben een vanilleachtige geur. De bloemenhoofdjes openen zich in de morgen en rondom de middag sluiten ze zichzelf. De bestuiving gebeurd door zelfbestuiving of kruisbestuiving.
Schimmels en ziektes
Meeldauw en witte roest zijn veel voorkomende aantastingen bij de schorseneren. Een goede afstand tussen de wortelen is belangrijk om dit te voorkomen.
Oogsten en bewaren
Vanaf november tot eind maart kan er geoogst worden. De normale wortellengte is 30 centimeter en 4 centimeter dik. Wanneer de grond rondom de wortelen van te voren goed bevochtigd wordt, vergemakkelijkt dit het rooien. Gebruik een spade of spitriek, maar toe voorzichtig, de wortelen breken makkelijk af. Trek de wortelen dus recht naar boven.

In het voorjaar loopt de plant terug, maar de kwaliteit wordt dan stukken minder. Bewaar de wortelen in hoge luchtvochtigheid en koel. Zo zijn ze enkele dagen houdbaar.

Het blad van schorseneren kunt u het beste niet op de composthoop gebruiken.