Rode kool behoort, samen met witte kool, savooikool en spitskool, tot de sluitkolen. Sluitkolen hebben een korte dikke stengel met daarop een gesloten kool. Daarnaast is het blad voorzien van een waslaag, welke de houdbaarheid garandeert.
Rassen
Er zijn vroege en late rassen van de rode kool. Een vroege rode kool is zachter van smaak en structuur. Zomer rode kool is veel lichter van kleur, bijna lila tijdens het koken. Beide zijn wel minder goed te bewaren. De latere rode kool zijn donkerder, stugger, maar ook erg lekker. Dit zijn de beste rassen om te bewaren.
Telen van sluitkolen
Het is niet gemakkelijk om kool te telen. Ze vragen veel van de grond: een vochtvasthoudende, rijke, voedzame grond die niet te zuur is. Op lichtere gronden sluiten de kolen niet goed aan waardoor ze niet goed te bewaren zijn. Op zure gronden is de kans op knolvoet groot. Houd rekening met een vruchtwisseling van 1 op 4 jaar en zorg voor een zonnige plaats.
Zaaien
Zaai kolen altijd voor, op een zaaibed of in het liefst in potjes. Onder glas verloopt de kieming goed en daarnaast zijn de zaailingen beschermd tegen vogels. Kolen kiemen snel, afhankelijk van de temperatuur duurt de kieming 1 tot 2 weken.
Uitplanten
Plant de zaailingen relatief groot uit, met minimaal 6 bladeren. Wanneer de plantjes in potjes gezaaid zijn kunnen ze eenvoudig uitgeplant worden, zonder de wortels te beschadigen. Zorg voor voldoende water de eerste tijd en pas op voor de vogels. Wied regelmatig het onkruid en geef bij droogte voldoende water, want sluitkool heeft relatief veel vocht nodig. Houd er rekening mee dat wanneer de sluitkool groot genoeg is en plotseling veel water krijgt, bijvoorbeeld bij een paar regenachtige dagen, de kans groot is dat de kolen gaan barsten. Ze moeten dan gelijk geoogst worden en in de keuken verwerkt worden.
Bemesting
Sluitkolen maken veel wortels, blad en een flinke kool, dus verbruiken ze ook veel. In de winter wordt er veel stalmest of compost onder de grond gespit. Op 10 vierkante meter wordt zeker 3 tot 4 volle kruiwagens gebruikt. Rond februari worden een paar handjes beendermeel aan de grond toegevoegd, voor de algemene ontwikkeling van de plant. Tijdens de groei worden er een paar handjes bloedmeel toegevoegd, voor de maak van blad en kool. Voeg dit niet te snel toe, bloedmeel werkt snel maar kort. Er moet dus eerst een plant van formaat zijn, anders krijg je veel buitenblad en je wil juist dat het ten goede komt van de krop.

Tot slot krijgt de plant tijdens de groei ook nog patentkali, voor de smaak en houdbaarheid van de kool.
Schimmels en ziektes
Om koolvlieg te voorkomen maakt men gebruik van koolkragen. Knolvoet is een schimmel die het voorzien heeft op koolsoorten die groeien op lichtere gronden.
Oogsten en bewaren
Om de sluitkolen te oogsten snijd je met een mes een stuk van de stronk af. De zijbladeren van de achtergebleven plant gaan op de composthoop, de dikke stronk met wortel zelf gooien we weg, deze blijft nog heel lang hard en verteert amper. Van de sluitkool zelf kun je de buitenste losse bladeren afsnijden, zodat je alleen de sluitkool nog overhoudt.

Sluitkolen kunnen een paar weken goed blijven, wanneer ze koel en donker bewaard worden. Savooikool en rode kool kunnen ook schoongemaakt, fijngesneden en gaar gekookt ingevroren worden. Spitskool en witte kool is minder lekker uit de vriezer, maar wel voor ovenschotels en stoven te gebruiken.