Rammenas (Raphanus sativus) behoort tot de familie van de kruisbloemigen en is dus van dezelfde familie als al de koolgewassen. Voor de vruchtafwisseling wordt deze dan ook best opgenomen in het perceel van de koolgewassen en niet in het perceel van de wortelgewassen.

De oorsprong van rammenas ligt waarschijnlijk in Azië. De rammenas was al bekend in het oude Egypte. Uit oude geschriften en oude afbeeldingen blijkt dat rammenas een cultuurgoed van de oudheid was. Zo zijn in de tempel van Apollo in Delphi een gouden rammenas, een zilveren kroot en een loden koolraap afgebeeld.

Tot de rammenas variëteit behoren bekende namen als de zwarte rammenas, de rettich en de daikon. Rammenasachtigen hebben alle een meer of minder scherpe smaak. De zwarte rammenas ziet eruit als een zwarte wortel en wordt ook winterrammenas genoemd omdat de wortel in de wintermaanden verkrijgbaar is. Er bestaat zelfs een ronde soort. Zwarte rammenas smaakt erg scherp.
Bodem eisen
Rammenas is een gewas dat geen hoge eisen stelt op gebied van voedingstoestand, maar wel op gebied van de bodemtoestand zelf. Daikon heeft een penwortel en die wortel moet vrij door de grond kunnen dringen en mooi recht en gaaf groeien. Een goed en diep bewerkte (30 à 40 cm), humeuze grond met een goede structuur en geen storende lagen is een noodzaak. Ook heeft daikon over zijn volledige groeiperiode veel water nodig. Beregenen in droge periodes is zeker aan te raden. Hoge temperaturen en droogte veroorzaken voosheid en taaiheid. Wat de daikon veel minder genietbaar maakt.

Een kwaliteitsproduct moet mooi recht, gaaf en glad zijn en volledig cilindrisch van vorm. De kop mag ook niet groen verkleuren. Strenge teeltafwisseling is hier belangrijk en in die teeltafwisseling tellen andere kruisbloemigen zoals koolsoorten, rapen, rammenas en radijs niet mee. Na kruisbloemige gewassen blijven er gemakkelijk poppen van koolvlieg achter en die zorgen al spoedig voor aantasting.
Teelttijdstip
Door gebruik te maken van rassen die ongevoelig zijn voor schieters kan al vroeg in het seizoen rammenas worden geteeld. Rammenas zaait men ter plaatse, hoewel men voor vroege teelt zou kunnen opkweken in de kas en later uitplanten. Als je dit doet onder afdekmateriaal dan kan je al half juni rammenas uit de vollegrond oogsten. Als je rammenas onder glas wil telen dan kies je best voor rammenassoorten van het Rex-type, in verband met de korte groeiduur van deze soorten. Voor de teelt in vollegrond wordt hoofzakelijk de lange, Japanse rettich van het Minowase type gebruikt. Men kan ter plaatse zaaien van april tot begin augustus. De vroegste zaaiingen (april-half mei) moet men afdekken.
Zaaien
Rammenas kan men in bedden telen (gemakkelijk voor teeltzorgen en rooien) en als afstand tussen de rijen neemt men dan 27 tot 35 cm.

Men tracht de zaden zeer goed te verdelen zodat er geen dubbels ontstaan. Het plantgetal moet rond de 15 per m2 liggen om uiteindelijk 12 wortels per m² te oogsten. Met legt dus twintig tot vijfentwintig zaden per m2 al naargelang de zaaiomstandigheden. Men zaait op ongeveer 1 cm diepte afhankelijk van de grondsoort. Na het zaaien kan beregenen nodig zijn en in droge perioden is dit een oplossing voor een goed opkomst en plantbezetting. Zodra de eerste echte blaadjes zich tonen zal men dunnen.

Een chemische onkruidbestrijding is niet steeds gemakkelijk. Men moet kunnen vertrekken van een onkruidarme grond. Het is wenselijk om de grond reeds enige weken vooraf klaar te leggen. Wanneer kort voor het zaaien onkruid aanwezig is kan men dit nog doden door vooraf nog eens te schoffelen. Mechanische onkruidbestrijding kan door hakken.
Bewaring
Rammenas kan lange tijd bewaard worden in een koele omgeving, het grootste probleem hierbij is de uitdroging. Het product krijgt hierdoor een vaal uiterlijk. Ook de voosheid neemt toe gedurende de bewaring. En soms ontstaan er zwarte vlekken op de wortel.