Chinese kool is een bladgroente welke in Azië de meest gebruikte groente is. Chinese kool (variëteit pekinensis) behoort tot de soort Brassica campestris, waar ook de Paksoi onder valt. Chinese kool vormt een langwerpige krop met bleekgroene gerimpelde bladeren met lange, brede en witte nerven. Er bestaan 2 typen Chinese kool, het granaattype en het Japanse type. Het granaattype is een langwerpige slanke kool en het Japanse type een kortere en bredere kool. De bladeren van het granaattype zijn donkerder en stugger dan van het Japanse type.

Chinese kool kan rauw gegeten worden, bijvoorbeeld fijngesneden in salades. Ook kan de groente gekookt, gewokt of gestoven worden, maar niet te lang zodat het licht en knapperig blijft. Het grootste probleem bij het telen van Chinese kool is het doorschieten. De bloemstengel wordt gevormd zonder dat er een voldoende grote knop uit kan groeien. Er zijn verschillende oorzaken van vroegtijdige bloemvorming.
Zaaien
Chinese kool kan vanaf eind april gezaaid worden onder verwarmd glas. Een minimumtemperatuur van 20 graden overdag en 16 graden 's nachts is een eerste maatregel om doorschieten te voorkomen. Zaai rechtstreeks in potjes of perspotjes een drietal zaden en houd de sterkte zaailing over. Verspenen of verplanten met blote wortel veroorzaakt een groeistilstand wat ook de bloemstengelvorming bevordert. Ook te oud plantmateriaal veroorzaakt een groeistoornis. Bij het uitplanten mogen de planten dan ook maximum drie weken oud zijn. Vanaf 10 juli kan er ter plaatse gezaaid worden tot uiterlijk 15 augustus. Zaai ter plaatse in groepjes van 3 of vier en houd de beste zaailing over. Zaai op een diepte tussen de 1 en 1,5 centimeter.

De rassenkeuze is ook belangrijk bij het voorkomen van doorschieten. De oudere rassen zijn alleen geschikt voor zaai vanaf juli, ook het Japanse type is minder schietgevoelig.

Om het oogstseizoen te verlengen kun je ook nog wat later zaaien en dan uitplanten in september in een onverwarmde kas.
Uitplanten
Chinese kool wordt uitgeplant met een rijafstand van 45 centimeter en een plantafstand van 35 centimeter. De planten worden diep in de grond geplaatst, tot aan het eerste paar bladeren. Kies een standplaats waar de vorige maanden en jaren geen koolgewassen stonden.
Bodem en Bemesting
Chinese kool wenst een voedzame en vochthoudende grond, waar een ruime hoeveelheid compost of goed verteerde stalmest aan toe is gevoegd. Wanneer de groente geteeld wordt als nateelt moeten we zorgen voor een ruime hoeveelheid organische bemesting, bijvoorbeeld met bloedmeel of andere gedroogde organische meststof. In het vroege voorjaar is het aan te raden om kalk toe te dienen om de pH waarde te verhogen. Chinese kool is namelijk erg gevoelig voor knolvoet. Deze bekende schimmelziekte die de wortels van koolgewassen aantast, komt minder voor bij een hoge pH. Zwaardere grondtypes zijn voor deze snelgroeiende koolsoort minder geschikt. Kies een plaats dat vrij veel zonlicht krijgt, alhoewel wat lichte schaduw voor deze groente ?s zomers een voordeel kan zijn.

Geef de Chinese kool regelmatig water, omdat de groente zeer ondiep wortelen mag de grond niet uitdrogen. Chinese kool kan alleen goed uitgroeien bij een constante wateraanvoer, zo niet dan gaat de plant bloeien. Water geven kan het beste tussen de rijen gedaan worden, zodat schimmels minder kans krijgen. Een lichte bijbemesting tijdens de teelt bevordert de doorgroei. Voeg bijvoorbeeld na vier weken, net voor de kropvorming, een bijbemesting van 20 gram per m² ammoniumnitraat (stikstof) toe en 20 gram patentkali (kalium) per m². Fosfor hoef je niet bij te bemesten, die is al voldoende aanwezig in de compost en spoelt ook niet uit zoals stikstof en kalium wel doen. Meestal vormt Chinese kool zonder hulp stevige kroppen, wanneer de krop toch te los is kun je de plant lichtjes toe binden met een stukje touw.
Ziektes en schimmels
Chinese kool is zeer gevoelig voor knolvoet. Zonder maatregelen zullen de kleine witte maden van de koolvlieg zeker aan de wortels wreten. Maak dus altijd gebruik van een koolkraag rond de stengelvoet zodat de koolvlieg zijn eitjes niet kan afzetten aan de voet van de plant.

Ook slakken moeten bestreden worden. De vochtige groeiomstandigheden die we aanhouden voor de goede doorgroei trekken ook slakken aan. Inspecteer de planten regelmatig op schade en de aanwezigheid van slijmsporen. Grijp zo nodig in met slakkenkorrels.

Koolrupsen kunnen we ook verwachten bij de teelt van Chinese kool. Gelukkig bestaat er een biologisch insecticide op basis van een bacteriepreparaat verkrijgbaar. Rupsen kunnen het beste bestreden worden als ze in een jong stadium zijn.

Een veel voorkomend probleem is rand, vooral de binnenste bladeren vertonen een verdroging of verrotting aan de bladrand. De oorzaak is een calciumgebrek, waardoor de cellen in de bladeren minder sterk worden. Vooral watertekort en te hoge temperaturen zorgen er dan voor dat de cellen afsterven en dat er rand ontstaat.
Oogsten en bewaren
Chinese kool is een snelgroeiende groente en al na acht tot tien weken oogstbaar. Het gewicht van de kroppen is dan tussen de 0,5 en 1,5 kilo. Wanneer de kroppen net boven de grond afgesneden worden, kun je de stronken laten zitten. Daarop vormen zich nieuwe scheuten die bij een zacht najaar nog voor wat extra oogst kunnen zorgen. Je kunt er ook een plastiektunnel over plaatsen, zodat je nog langer kan oogsten. Wanneer je ze in september onder glas hebt uitgeplant kun je nog tot in de winter genieten van de nieuwe scheuten.

Chinese koolsoorten zijn niet geschikt om te bewaren. Toch kan je ze wel enkele weken bewaren op een zo koel mogelijke plaats. Ook verpakt in plastic zakken in de koelkast kunnen ze nog een tijdje bewaard worden. Wanneer de Chinese kool onder het glas is geteeld is het blad zachter en verwelkt het sneller.