Augurken kunnen op verschillende grondsoorten geteeld worden, mits de vochtvoorziening en de ontwatering in orde zijn. De voorkeur gaat uit naar goed doorlatende, humusrijke grond die in de lente snel opwarmt.
Bemesting
Er worden hoge eisen gesteld aan de bemesting. Voornamelijk organisch materiaal en grote hoeveelheden stalmest verbetert de bodemstructuur en het waterhoudend vermogen van de grond. De mest dient in het najaar of vroeg in het voorjaar over de grond verspreid te worden. Er kan ook gebruik gemaakt worden van kippenmest of mengmest van varkens of rundvee. In dit geval moet de mest al in de winter verspreid worden, om verbranding te voorkomen.

De organische bemesting kan aangevuld worden met 50 eenheden stikstof, 50 eenheden fosfor en 100 eenheden potas per hectare. Om magnesiumgebruik te voorkomen is het wenselijk om op lichtere zandgronden 2 kilo kieseriet per hectare te strooien.

Wanneer augurken in de open lucht worden geteeld, gebruikt men overwegend zwart plastiekfolie om de grond te bedekken. Het plastiek wordt op een geëffende, vochtige grond uitgelegd, enige tijd voor het planten. Hierdoor blijft de structuur van de grond goed behouden. In droge zomers is bij het gebruik van bodembedekking wel bewatering gewenst. Bij gebruik van druppelbevloeiing of gietdarmen onder de plastiekbodembedekking, is het mogelijk om water en meststoffen bij te geven.

Het is verstandig om de planten allereerst in een perspot vanaf halverwege mei te zaaien onder plastiek of in de kas. De optimale temperatuur voor de opkomst is 20 tot 25 graden. Wanneer de planten de eerste echte augurkenbladeren krijgen, wordt er uitgeplant.
Uitplanten
De afstand tussen de rijen is 3 meter. In de rij worden de planten geplant op 40 à 50 centimeter. Het uitplanten gebeurd wanneer de kans op nachtvorst klein is. Bij de vroege teelt is dit tussen 10 en 25 mei, waarnaar er geoogst kan worden eind juni / begin juli. Bij de normale teelt wordt er uitgeplant eind mei tot begin juni. Er wordt geoogst vanaf eind juli. En bij de late teelt wordt er uitgeplant tussen 15 en 30 juni en wordt er half augustus tot eind september geoogst.

Voor de teelt onder kleine tunnels worden dezelfde rassen gebruikt als voor de teelt onder (geperforeerd) plastiek. Zodra de toppen onder het plastiek uitkomen (ongeveer 5 weken na het uitplanten) wordt gelucht en na enkele dagen worden de tunnels weggenomen.

Augurken kunnen ook in de open lucht aan touw worden geteeld. De lijnenafstand bedraagt 120 cm en in de rij wordt de plantafstand 40 centimeter. Zodra de ranken zich vormen worden ze rond de touwen gedraaid. Dit aandraaien moet tijdig gebeuren en vergt veel werk. Het gewas moet absoluut beschermd worden tegen windschade. Er kunnen windschermen aangebracht worden, deze worden de laatste jaren in de tuincentra ook in een plastiek variant aangeboden.

Het is aan te raden om de zijranken al uit te dunnen voordat ze aan het touw worden gebracht, omdat anders de uitgerankte augurken in elkaar groeien.
Oorsprong
De augurk behoort tot de komkommerachtigen of Cucurbitacea. Hiertoe behoren ook de komkommers, meloen en bijvoorbeeld de pompoen. Augurken zijn afkomstig uit warme gebieden en de stamvorm werd aangetroffen in Indië. Het is een éénjarig gewas en heeft een ondiepe maar toch een sterk verspreide beworteling. Boven de grond worden de stengels 3 meter lang. Het is geen klimplant, hoewel de augurk wel klimranken bezit. De bloemen zijn éénslachtig, ofwel mannelijk ofwel vrouwelijk. De mannelijke bloemen verschijnen eerst en een sterke groei van de planten houdt de vorming van de vrouwelijke bloemen tegen. De vrouwelijke bloemen zitten in de bladoksels en bloeien ongeveer 48 uur. Uitsluitend door insecten (overwegend honingbijen) kunnen de bloemen worden bestoven.