Bloemkool behoort tot de kruisbloemenfamilie, zoals alle koolsoorten. De bloemkool zelf is een eetbare bloemstengel met nog niet ontwikkelde bloemknoppen. Helaas is het niet de gemakkelijkste groente om te telen.
Teeltwijzen
Voor de weeuwenteelt worden de zaden eind augustus onder glas of binnenshuis gezaaid. De zaailingen worden in de kas uitgeplant wanneer ze groot genoeg zijn. De planten groeien nog wat in de nazomer, maar van november tot januari staan ze stil. In februari worden er koemestkorrels aan toegevoegd en wordt er wat vaker water gegeven. De planten starten dan weer te groeien en uiteindelijk kan er eind april geoogst worden.
Rassen
Elke teeltwijze kent zijn eigen rassen. Naast de witte bloemkool bestaan er ook nog groene en paarse rassen. Verder heb je ook nog de Romanesco bloemkool, opgebouwd uit groene torentjes, milder van smaak dan de witte bloemkool.

- Snowball (favoriet voor weeuwenteelt)
- Alpha 7 (zomerteelt)
- Revito (herfstbloemkool)
- Walcheren Winter (winterbloemkool)
- Violet Queen F1 (paarse zomerbloemkool)
- Alverda (groene bloemkool)
- Romanesco (groene 'torentjeskool')
Bemesting
De bloemkool wil na het planten niet meer gestoord worden en hebben relatief veel mest nodig. Veel stikstof en wat minder kalium om veel bladmassa maar ook een bloemkool te kunnen ontwikkelen. Spit in de winter oude stalmest onder de grond, voeg compost toe en geeft daarnaast in het voorjaar wat bloed- en beendermeel en tijdens de groei van de plant wat patentkali. De vruchtwisseling is 1 of 4 jaar.
Zaaien
De zaden van de bloemkool kunnen het beste onder glas in trays gezaaid worden. Zo heb je de minste kans tot wortelbeschadiging bij het verspenen. De kiemduur duurt rond de 1 tot 2 weken, afhankelijk van de periode en de temperatuur. 3 weken na de kieming heb je al behoorlijke zaailingen die uitgeplant kunnen worden.
Uitplanten
Plant de zaailingen vervolgens vrij diep en geef ze regelmatig water. Vanaf nu mag de plant niet meer verstoord worden, niet meer verplanten, water geven bij droogte, geen wortels beschadigen bij het wieden, enz.

Om ervoor te zorgen dat de jonge plantjes niet aangevreten worden, is het verstandig om een bescherming om de plant heen te maken. Bijvoorbeeld een niet al de grof net welke goed aan de grond vastgezet wordt. Wanneer de bloemkoolplantjes ongeveer 30 centimeter groot zijn kan het net eraf, dan is het malse eraf en worden ze niet meer aangevreten.

Naast de algemene verzorging zoals onkruid wieden (voorzichtig anders beschadigen de wortels) en water geven tijdens droogte (de bloemkool is erg gevoelig voor droogte vooral tijdens de plantperiode en koolvorming), is het belangrijk om de bloemkool te beschermen tegen de zon. Onder invloed van het zonlicht worden de bloemkolen namelijk geel. Deze bescherming kan eenvoudig door op het moment dat er zich een klein kooltje aan het vormen is, 2 of 3 grotere bladeren over de kool in de vorming te vouwen. Dit houdt het zonlicht weg en de kool wit. Zorg er wel voor dat er genoeg blad aan de plant blijft zitten, zij zorgen namelijk voor de voeding en groei van de plant.

Algemene regel is dat de bloemkool niet mag worden aangeraakt met de handen, er ontstaan dan bruine vlekken op de kool.
Ziektes en schimmels
Om te voorkomen dat de koolvlieg haar eitjes kan leggen bij de steel van de plant knip je van rubber of karton een vierkantje van ongeveer 15 bij 15 centimeter. Knip dit aan 1 kant in en knip een klein rondje in het midden. Via de inkeping kun je het om de voet van de plant vouwen, het uitgeknipte rondje geeft plaats aan de stam van de zaailing. De koolvlieg legt eitjes bij de voet van de plant en de larven vreten vervolgens aan de wortels van de koolplant waardoor die slecht groeit, ziekelijk wordt en uiteindelijk afsterft.

Daarnaast heeft bloemkool veel last van knolvoet, een schimmel die de teelt van kool jarenlang onmogelijk kan maken. Dit omdat ze na het verwijderen van de aangetaste planten in de grond achterblijft en wacht tot er nieuwe kolen worden geplant. Het voorkomen van knolvoet kan doormiddel van het aanbrengen van koolkragen.
Oogsten en bewaren
Oogst de bloemkool op het moment dat hij groot genoeg is door deze bij de steel af te snijden. Of wanneer de bloemkool wil gaan uitschieten, sommige delen van de bloemkool komen dan omhoog in vergelijking met andere delen.

Bloemkool kan het beste gegeten worden op de dag van oogsten. Vers is het lekkerst, maar mocht je teveel tegelijk oogsten dan kun je het invriezen. Maak de bloemkool schoon, verdeel de roosjes en vries ze rauw in. Als je haar wilt eten kook je het water en gooi je de bevroren bloemkoolroosjes in het kokende water.